Miljoenen palingen uitzetten nuttig?

We zetten dit voorjaar weer miljoenen glasalen uit. Is dat wel nuttig?

De palingstand in Europa is in de vorige decennia sterk gedaald. Hoofdoorzaak: verlies aan leefgebied door dammen, dijken, inpolderingen en de aanleg van waterkrachtcentrales. Om de palingstand te beschermen en het duurzame gebruik ervan veilig te stellen (artikel 1) is door Europa de ‘EU-Aalverordening No 1100/2007‘ ingevoerd. Een van de maatregelen in die verordening betreft het uitzetten van jonge paling.

Jaarlijks wordt in veel Europese lidstaten jonge paling uitgezet in zoetwater. En net als bij veel natuurherstelmaatregelen, is er veel discussie over het nut ervan. De meningen over het nut van uitzetten van jonge paling zijn de laatste jaren danig gepolariseerd. De een redeneert: “als je een miljoen jonge palingen uitzet, dan stijgt de palingstand dus ook met een miljoen palingen”. De ander redeneert: “Laat de paling gewoon met rust. As je stopt met het vangen van paling, dan stijgt de palingstand vanzelf”. Dat de materie een stuk gecompliceerder is, zal bij niemand verbazing wekken. Moet je dus wel of geen paling uitzetten? Wetenschap of boerenverstand?

 

Waarom zetten we eigenlijk paling uit?

‘Natuurbeheer’ is kortgezegd hét doel van de uitzet van paling zoals bedoeld in de Aalverordening. Dat natuurbeheer is noodzakelijk, omdat de natuurlijke leefomstandigheden door de mens zijn veranderd, waardoor paling het zelfstandig niet goed meer redt. Dat komt doordat jonge paling wordt geboren in de oceaan en opgroeit in het zoetwatergebieden in Europa. Door de kustbeschermingsmaatregelen die het verleden zijn getroffen, zijn de natuurlijke migratieroutes voor jonge paling grotendeels verdwenen.  Daardoor hopen meer dan een miljard jonge palingen (zogenaamde glasalen) zich op bij de riviermondingen in Engeland, maar vooral in Frankrijk. Als ze bij die riviermondingen niet worden opvangen, verdwijnen ze in de magen van grotere vissen of vogels. Door de glasalen op andere plekken in Europa in het zoete water uit te zetten, in gezonde opgroeigebieden, krijgt de palingstand daar een impuls en zal vanuit die gebieden de jaarlijkse uittrek van volwassen palingen (zogenaamde schieralen) terug naar zee op den duur toenemen. En méér uittrek van schieraal, dat is precies het doel van de uitzet van jonge paling. Als er meer schieralen tegen het einde van hun levenscyclus terugtrekken naar zee, zullen er ook meer deelnemen aan het voortplantingsproces. Uiteindelijk heeft dat weer meer jonge palingen tot gevolg.

In dit JournAal lees je een verslag van de uitzet van miljoenen glasaaltjes in maart 2023.

 

Waarom zou je geen paling moeten uitzetten?

Wetenschappelijk adviesorgaan ICES adviseert de EU om geen jonge paling uit te zetten. Reden: het is niet bewezen dat de uitzet bijdraagt aan de productie van volwassen palingen. Tegenstanders van uitzetten, organisaties als het Wereldnatuurfonds, Ravon en GoodFish, onderschrijven dat en bepleiten dat het wetenschappelijk niet is bewezen dat palingen die ooit zijn uitgezet, uiteindelijk hun paaigrond in de Sargassozee kunnen bereiken. Door verstoring van hun magnetisch veld als gevolg van de gedwongen verplaatsing, zou hun oriëntatie niet meer werken en kunnen ze – mogelijk – hun weg niet terugvinden. De organisaties vinden dat je eigenlijk geen paling moet uitzetten, voordat wetenschappelijk is aangetoond dat de palingen hun weg wél kunnen terugvinden. Daarnaast betogen zij dat het geen zin heeft om palingen in het ene gebied op te vangen en in het andere gebied weer uit te zetten. Zeker als er in die uitzetgebieden op commerciële basis wordt gevist.

 

Geen bewijs dat het werkt, dus niet doen?

Volgens voorstanders van uitzetten zijn de aangedragen argumenten van tegenstanders niet steekhoudend. Wat namelijk óók niet wetenschappelijk is vastgesteld, is dat uitzetten niet werkt, dat het niet zorgt voor een grotere productie van volwassen palingen. Het wetenschappelijk vaststellen of paling, uitgezet of van nature aanwezig, naar de Sargassozee zwemt en daar paait, is tot nu toe immers niet mogelijk. Dat is ook de reden waarom de grote groep van wetenschappers binnen ICES in twee kampen is verdeeld, waarbij de een voor en de ander tegen de uitzet is.

En dan de kwestie van de oriëntatieproblematiek: dat paling daaronder lijdt is evenmin wetenschappelijk vastgesteld. De verstoring van het magnetisch veld kán invloed hebben, maar is zeker geen reden om dan maar helemaal niet uit te zetten, zoals de genoemde organisaties adviseren. Palingwetenschapper Willem Dekker hekelt deze opstelling in zijn artikel over magnetisme.

Sustainable Eel Group

“There is no fundamental objection against glass eel restocking, as long as it does not replace the necessary protection”

De Sustainable Eel Group publiceerde een positioning paper over het nut en de noodzaak van het uitzetten (restocking) van jonge paling.

Voor uitzet wordt maar een heel klein deel van het bestand gebruikt. De jonge paling die van het ene naar het andere gebied wordt verplaatst, wordt gerekruteerd binnen een wetenschappelijk vastgesteld quotum. Van de totale aankomst van geschat 1,3 miljard jongen, wordt slechts 4% opgevangen voor uitzet elders in Europa. Vanwege de minimale omvang van dit uitzetgetal als klein deel van het bestand én het feit dat dit deel uit een quotum komt, is er geen noemenswaardige schadelijke impact op de aanwas van jonge paling.

Een tweede deel van het vangstquotum van 3% wordt gebruikt voor commerciële doeleinden. Totaal bestaat het quotum dus uit zo’n 7% van de totale hoeveelheid jonge paling. Dat betekent dat 93% in theorie de mogelijkheid heeft om op eigen kracht het zoete water binnen te trekken en op te groeien. In theorie, want zoals eerder aangegeven, het lukt die jongen dus niet langs de kustbarrières te komen. Wetenschappers denken dat het maar zo’n 10% wél lukt.

Door jonge palingen uit te zetten, krijgen er meer in elk geval een káns om op te groeien. Ook als er in die gebieden waar wordt uitgezet waar ook wordt gevist. Door goed visserijbeheer blijft de impact van de visserij beperkt en is het netto rendement van de uitzet op de palingstand in belangrijke mate groter dan wanneer er geen uitzet geweest zou zijn. In Nederland wordt in goed beheerde gebieden uitgezet. Gebieden die bovendien gezonde leefomstandigheden bieden en niet zijn afgesloten door waterbarrières zoals gemalen, zodat volwassen palingen die gebieden ook weer kunnen verlaten om naar zee te gaan.

 

Is de hoeveelheid die wordt uitgezet wel voldoende?

Kun je onbeperkt jonge paling uitzetten, aangezien er toch heel veel overschot bij de riviermondingen in Frankrijk is? De vraag ligt voor de hand, maar het antwoord is helaas “nee”.

De natuur kent biologisch gezien haar grenzen. Meer palingen uitzetten dan de natuur kan dragen heeft geen zin. Ieder dier heeft nu eenmaal een bepaalde leefruimte nodig en moet zich voldoende kunnen voeden. Wetenschappers hebben daarom een maximum vastgesteld voor het aantal jonge palingen per hectare leefgebied. Sommige watergebieden, zoals het Markermeer, zijn bovendien zó groot, dat het een zeer kostbare aangelegenheid is om daar het maximum aantal palingen uit te zetten. Maar in bijvoorbeeld de waterboezem van Friesland, met een kleiner oppervlak en met een gezonde en grote voedselrijkheid, wordt vaak wél de maximale hoeveelheid jonge palinkjes bereikt. En daar wordt door beroepsvissers ook gevist. Juist in Friesland is de visserij op paling streng gereguleerd met een vangstquotum. Hoeveel paling daar ook zit, er wordt nooit meer gevangen dan wat de afspraak is. Met een dergelijk systeem wordt goed beheerd gevist, rekening houdend met de draagkracht van de natuur. Door jonge paling uit te zetten in een goed beheerd gebied, kan de palingstand versneld toenemen en daarmee ook de hoeveelheid volwassen paling die naar zee trekt.

 

“Niet alleen jonge, maar ook volwassen paling helpen,
dan is de levenscyclus weer rond”

 

Het uitzetten van jonge paling, ofwel herbevolken van geschikt opgroeigebied, is in Nederland goed georganiseerd. Dat gebeurt alleen in door de overheid geselecteerde wateren, van waaruit de paling als ze volwassen is een goede mogelijkheid heeft om naar zee te zwemmen. Nederland houdt zich uiteraard aan de richtlijnen van de EU Aalverordening, maar de beroepssector is van mening dat dit niet voldoende is en dat er meer mogelijk is om de palingstand te verbeteren. Door de waterbarrières langs de kust en in het zoete water, is de gehele levenscyclus van paling namelijk doorbroken: jonge palingen kunnen vanuit zee het land niet in om op te groeien, volwassen palingen kunnen er niet meer uit. Waarom de jonkies wel helpen, maar de volwassenen voor dezelfde dichte deuren laten?

Nederland wierp zich daarom in 2012 al op als gidsland, door ook volwassen palingen over de dijken naar zee te helpen. Sindsdien zijn er op diverse knelpunten in Nederland ‘Paling Over De Dijk’-projecten, waarbij waterbeheerders, beroeps- en sportvissers (helaas niet gesteund door Sportvisserij Nederland) samenwerken om volwassen palingen te helpen de zee te bereiken. Zoals bij de waterkrachtcentrale in de Neder-Rijn bij Maurik: daar worden jaarlijks zo’n 10.000 schieralen over de barrière geholpen en is de sterfte van schieraal teruggebracht tot minder dan 5%. Overheidsbeleid is het tot nu toe nog niet, de partijen draaien zelf op voor de kosten van deze arbeidsintensieve projecten. Maar het draagvlak voor deze tijdelijke, maar noodzakelijke maatregel is groeiende. Ook buiten Nederland. In dit JournAal lees je meer over Paling Over De Dijk.

 

Uitzetten van paling geeft een directe impuls

Het herbevolken met jonge paling zorgt ter plekke voor een directe impuls voor de palingstand. Het over de dijk helpen van volwassen palingen heeft een indirect effect; na ongeveer twee jaar zorgt dit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid voor meer jongen aan de Europese kusten. Elke geredde schieraal zorgt in potentie voor 1 tot 4 miljoen larfjes. Maar hoeveel van die geredde palingen bereiken de Sargassozee en nemen daar deel aan het paaien? De precieze effecten weten we niet; het wetenschappelijk onderzoek dat het bewijs moet leveren is er niet, en komt er voorlopig ook niet vanwege de enorme complexiteit (zie opnieuw het positioning paper van SEG). Maar dat betekent natuurlijk niet dat we op onze handen moeten gaan zitten. Want wat we wél zien is dat sinds 2011, twee jaar nadat al die maatregelen om de paling te beschermen zijn genomen, de aankomst van jonge palingen (glasaaltjes) een stijgende trend vertoont. Hoewel het effect van herbevolking niet wetenschappelijk is vastgesteld, kunnen we wél vertrouwen op het spreekwoordelijke boerenverstand.

“Het uitzetten van paling is geen structurele,
maar wel een hele goede tijdelijke oplossing”

Hoe goed het uitzetten als maatregel ook kan zijn, het is niet de ultieme oplossing om de paling in Nederland en Europa te helpen. De oplossing is het herstel van de migratieroutes, ofwel ervoor zorgen dat jonge paling zelfstandig het zoete water kan bereiken, veilig langs barrières als waterkrachtcentrales en gemalen kan zwemmen en als ze volwassen is, de kustwateren weer kan bereiken. Maar zolang dat nog niet is geregeld (onder andere door de kosten om alle hindernissen aan te passen zal het nog wel een aantal decennia duren), blijft hulp voor de paling, zoals uitzetten of herbevolking, een uitstekende tijdelijke oplossing.

 

Goed beheer is ook kleinschalige visserij, naar draagkracht van het water

De ‘EU-Aalverordening No 1100/2007’ werd in 2009 ingesteld. In lid 1 is de belangrijkste doelstelling opgenomen: voor de bescherming, het herstel en het duurzaam gebruik van de Europese aalstand. Als we het over duurzaam gebruik hebben, dan hebben we het uiteraard over de visserij. De Aalverordening is er dus mede op gericht om de visserij te verduurzamen. Dat vraagt om maatwerk per land, per soort visserij, want nergens in Europa is dit hetzelfde. Palingvisserij is in tegenstelling tot andere visserijen gebonden aan seizoenen en zeer afhankelijk van natuurlijke omstandigheden. Zo is glasaal slechts op een beperkt aantal dagen in enkele maanden van het jaar mogelijk. De visserij op rode aal is alleen mogelijk wanneer de temperatuur van het water het toelaat. Bij een koud voorjaar komt die visserij pas laat op gang en stopt vanzelf weer als de temperatuur daalt. De visserij op schieraal is alleen mogelijk in de maanden dat de schieraal naar zee trekt. Daarbovenop zijn er allerlei wettelijke beperkingen ingesteld, zoals gesloten periodes en in de maritieme wateren is de visserij, in alle aan zee grenzende landen van de EU, elk jaar drie maanden gesloten. Maar overal in Europa is het uitgangspunt, dat de visserij rekening houdt met leefomstandigheden en draagkracht van het water. Niet massaal, maar kleinschalig, binnen het zelfherstellende vermogen van de natuur.

 

De visserij op paling is sinds 2009 goed geregeld

In Nederland wordt er vooral op volwassen paling gevist. Dit is de soort die we allemaal kennen van de viswinkel en de markt; de soort die in ons land al honderden jaren wordt gerookt en waaromheen een prachtige cultuur is ontstaan, met zelf zijn eigen muziek; de paling-sound. Sinds 2009 zijn vele maatregelen genomen waardoor de Nederlandse visserijdruk op paling met 70% werd verminderd.

  • Van 1 september tot 1 december mag er helemaal niet op paling worden gevist. In die periode vindt de palingtrek richting de kust plaats. Veel beroepsvissers zijn in die periode actief om – in opdracht van DUPAN – vele duizenden dikke geslachtsrijpe palingen over de dijken naar zee te helpen. De trekroutes voor paling zitten vol barrières als gemalen, waterkrachtcentrales, dammen en sluizen, waardoor ze zelfstandig de kust nauwelijks weten te bereiken.
  • Op initiatief van DUPAN en NetVISwerk is in Friesland in 2014 een speciale vorm van aalbeheer ingevoerd; daar wordt gevist naar draagkracht van het water en is de visserij gequoteerd. Deze vorm van gebiedsgericht aalbeheer is inmiddels goedgekeurd door Europa en wordt de komende jaren steeds verder uitgerold over Nederland.
  • Veel beroepsvissers hebben vrijwillig de wettelijk bepaalde vangstmaat van 28 naar 35 centimeter vergroot. Daardoor blijft meer jonge aal langer in de natuur, waardoor er meer geslachtrijp kunnen worden en via de kusten weer naar de oceaan kunnen trekken. In 2020 deed de palingsector een oproep om het vergroten van de minimale vangstmaat in heel Nederland in te voeren.

Visserij op glasaal wordt in snel tempo verduurzaamd

De glasaalvisserij is na de invoering van de Aalverordening sterk teruggebracht. In Frankrijk, waar zo’n 80% van alle glasaalvisserij plaats vindt, heeft de overheid het aantal vergunningen teruggebracht van 1.200 naar zo’n 500. In het Verenigd Koninkrijk mag alleen nog met handnetten vanaf de waterkant worden gevist door een gelimiteerd aantal vergunninghouders. Bovendien vist zo’n 90% van de glasaalvissers inmiddels volgens de SEG-Standard. Voor de Franse glasaalvisserij, die vanaf boten plaatsvindt, betekent dit dat de overleving van glasaal stijgt van 60% naar 90%. Nieuwe netten en kortere vistijden zorgen zelfs voor nog grotere overlevingskansen van de glasaal. Deze SEG  Standard zorgt dus voor een veel grotere overleving van jonge vis tijdens de vangst, waardoor de totale visserijdruk met tientallen procenten daalt. Maar het belangrijkste wapenfeit van deze standaard is de volledige transparantie die wordt afgedwongen, van visserij tot bord. Daardoor wordt de glasaal gegarandeerd binnen het vangstquotum gevangen.

 

Illegale vangst en stroperij voorkomen

In China is er een enorme vraag naar ‘onze’ Europese paling. Een belangrijk deel van de glasaal van hier wordt door smokkelaars naar China getransporteerd en daar opgekweekt tot consumptiepaling. Dat gaat heel ver; de smokkelaars exporteren illegaal vijf keer zo veel dan wij in Europa benutten. In mei 2023 brachten de autoriteiten de smokkelbendes nog een belangrijke slag toe. Door illegale export te voorkomen, via het traceerbaarheidssysteem van de SEG Standard, kan de verduurzaming van de glasaalvisserij een zeer belangrijke stap maken.

Stroperij is ook in Nederland een probleem. De sector is het beu dat stropers fuiken stelen van beroepsvissers en de daarmee gevangen – niet te traceren – palingen via de achterdeur verkopen aan restaurants en hobby-rokers. Dit soort stroperij bestaat alleen, omdat er ook afnemers zijn. Afnemers die bij de inkoop van paling en consumenten die bij het kopen van paling, vragen naar het ESF-logo van de leverancier, weten zeker dat de bron verantwoord is.

Omdat in Nederland en Duitsland de gehele keten, van visserij, aquacultuur en handel, het ESF-label en de SEG-Standard omarmen, worden illegaal gevangen glasaal en gestroopte paling steeds meer uit de markt gedrukt. Op die manier kan aan de tomeloze smokkel- en stroperijpraktijken een einde komen.

 

Natuurbeheer is ook verantwoorde visserij

Met de invoering van een volledige transparantie en verantwoorde vangst, wordt de visserij nog verder beheerst. De beroepsvissers vissen naar draagkracht van het water, gequoteerd of anderszins beperkt. Daarnaast zijn zij steeds meer natuurbeheerders, die monitoren voor wetenschappelijk onderzoek en palingen helpen bij het passeren van barrières.

 

Maatregelen zorgen inmiddels voor een sterke stijging van de palingstand

Ondanks de huidige visserijdruk op glasaal (4% van het bestand) en de illegale smokkel (20 – 25% van het bestand!) herstelt de palingstand zich sinds 2011. De stijging van de intrek van jonge paling was in de periode 2015 – 2020 met 8,5% per jaar zelfs sterker dan de daling ooit is geweest, volgens de gerenommeerde palingwetenschapper Dr. W. Dekker. Hij zei dat op een congres in Potsdam (Duitsland), in maart 2020. Dat paling als soort in de officiële lijst van bedreigde diersoorten wordt aangemerkt als ‘kritiek’ heeft alles te maken met de wens om het huidige beschermingsniveau, dat met de EU-Aalverordening is ingesteld, voorlopig te handhaven. Dekker zei op datzelfde congres, dat de palingstand vandaag de dag zo goed is, dat deze in feite niet op die lijst thuis hoort.

 

ESF is de Europese oplossing in beheerste visserij

In Nederland hebben vrijwel alle kwekers en handelaren die bij DUPAN zijn aangesloten (90% van de markt) zich gecertificeerd voor het ESF-label (Eel Stewardship Fund) en de SEG-Standard. Ook in Duitsland is de certificering bij de meerderheid van bedrijven ingevoerd. In Frankrijk is men inmiddels vergevorderd met het invoeren van de standaard binnen de glasaalvisserij. Daarmee is het commitment van de sector voor een traceerbaar product aangetoond, net als de wil om illegale praktijken en smokkel uit te bannen.

Volgens Stichting DUPAN kan het niet lang meer duren voordat natuurorganisaties en andere NGO’s in gaan zien, dat deze vorm van visserijbeheersing hele grote stappen voorwaarts betekent voor het herstel de palingstand. DUPAN hoopt dan ook dat zij deze oplossing gaan steunen en niet meer tegenwerken, zoals zij tot nu toe hebben gedaan.