Uitzet honderdduizenden jonge palingen

In Zeeland zijn vrijdag 20 mei 170.000 jonge palingen uitgezet. Beroepsvissers zetten de piepkleine palinkjes uit in het Grevelingenmeer. Op de kade werden ze gewogen en geteld, waarna ze in de natuur zijn vrijgelaten onder toeziend oog van een vertegenwoordiging van politici en beleidsmakers van de EU, die de uitzet financieel mogelijk maakte.

De jonge palingen, ook wel pootaaltjes genoemd, waren afkomstig van een Nederlandse kwekerij waar ze enkele maanden in quarantaine zijn geweest om aan te sterken. Ze begonnen hun leven in de riviermondingen van Frankrijk als geheel doorzichtige glasaaltjes, nadat ze 6.000 kilometer verderop in de Sargassozee (Bermudadriehoek) werden geboren. In totaal worden er in Nederland 340.000 van deze pootaaltjes uitgezet.

EU-delegatie, woordvoering
Bij de uitzet was een delegatie politici en beleidsmakers uit Brussel aanwezig. Voor de aankoop van de jonge paling is steun verleend vanuit het Europees Maritiem, Visserij en Aquacultuur Fonds (EMVAF). Het doel is om zodoende de uittrek van schieraal te verhogen, in lijn met de doelstellingen uit de Europese Aalverordening en de nationale implementatie daarvan via het Aal Beheer Plan.

Waarom er jonge paling wordt uitgezet

Paling kent een bijzondere levenscyclus. Palinglarven worden geboren in de Sargassozee (Bermudadriehoek). Na een reis van 6.000 km komen ze als glasaal aan bij de Europese kusten om op te groeien in de binnenwateren. Maar de kusten zijn ondoordringbaar voor de jonge palingen. Daarom wordt een deel van de glasaal die zich in Frankijk aan de kust massaal ophoopt, elders in Europa uitgezet, als glasaal of als pootaal.

Dit voorjaar worden er op verschillende plaatsen in Nederland jonge palingen uitgezet in door de overheid geselecteerde gebieden die voor herbevolking zijn geschikt. Wanneer de jongen tot volwassen palingen (zogenaamde schieralen) zijn uitgegroeid, kunnen ze vanuit die gebieden vrijuit naar de Atlantische Oceaan zwemmen om in de Sargassozee voor nageslacht te zorgen. Vanaf 2011 neemt de hoeveelheid jonge paling aan de Europese kusten weer toe (ICES-rapport 2021), na decennia van achteruitgang.

Deze uitzet wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van LNV. Voor de aankoop van glas- en pootaal is steun verleend vanuit het Europees Maritiem, Visserij en Aquacultuur Fonds (EMVAF). Het wordt medegefinancierd door het Eel Stewardship Fund (ESF®) en gecoördineerd door Stichting DUPAN. In deze stichting werken palingkwekers, palingvissers en palinghandelaren samen om het herstel van de palingstand in Nederland te bevorderen. Naast het herbevolken van Nederlandse wateren met jonge paling, investeert de stichting vanuit het ESF-fonds in het over de dijk helpen van geslachtsrijpe paling en in gericht wetenschappelijk onderzoek.

Europees Fonds voor
Maritieme Zaken en Visserij

De BRU 20 is volgeladen en klaar voor vertrek

 

Beter aalbeheer kan met behoud van inkomsten uit visserij

Op vrijdag 13 mei werd het project “Duurzaam Aalbeheer door Kennis” afgerond met een symposium op de Universiteit van Wageningen. Vertegenwoordigers vanuit de wetenschap, de sector, NGO’s en de overheid namen kennis van de belangrijkste conclusies uit 4 jaar onderzoek naar aalbeheer in 4 verschillende gebieden in Nederland. Meest opvallende conclusie is dat de palingvisserij kan bijdragen aan beter aalbeheer. De aalvangst wordt daarbij gereguleerd en eenmaal over de dijken geholpen schieralen blijken prima de weg terug naar zee te vinden.

Het DAK-project is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het verduurzamen van de palingvisserij in Nederland. Het werd uitgevoerd door wetenschappers en palingvissers in vier wateren in Nederland: de Súderpolder in Friesland, de polder Westzaan in Noord-Holland, de Vinkeveenseplassen in Utrecht en het Markiezaatsmeer op de grens van Zeeland en Brabant.

De projectpartners zijn het eens dat het samenvoegen wetenschappelijke en praktijkkennis tot betere inzichten leidt. Een van de uitkomsten is een model dat een goede beschrijving van de palingstand per gebied geeft. Het model geeft ook een voorspelling hoe een bepaalde vorm van beheer de palingstand en de schieraalproductie zal veranderen.
Hetzelfde model biedt inzicht in hoe gewijzigd aalbeheer het inkomen van een beroepsvisser beïnvloedt. Verschillende vormen van beheer door verschillende bedrijven, aangevuld met zaken als bijvoorbeeld bijvangst, leiden in de onderzochte gevallen tot weinig verschillen in inkomen.

De betrokken vissers zijn enthousiast over de samenwerking met de wetenschappers. Zij gaan dan ook door met het monitoren van de aalstand, onder andere door het melden van de vangst van voor dit onderzoek gemerkte aal. Want als het DAK-project een ding heeft aangetoond, dan is het wel dat zowel de aalstand als het aalbeheer in Nederland van gebied tot gebied grote verschillen laten zien. Dit pleit voor een gebiedsgerichte, decentrale aanpak van het beheer. Verdienstelijk voor de paling én voor de palingvisser.


Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij